Speur naar woordsoorten
Naamwoord & werkwoord · 12 vragen
Naam: ________________________ Datum: ______________
Welke woordsoort is het dikgedrukte woord? Schrijf de woordsoort op de lijn.
Kies: zelfstandig naamwoord (znw), werkwoord (ww).
De kinderen spelen buiten.
De bakker bakt een brood.
Een vogel zit op het dak.
Mijn zus leest een boek.
De bakker maakt brood.
Het boek ligt op de bank.
Op tafel staat een vaas.
Er ligt een appel in mijn tas.
Wij fietsen naar school.
De vogel vliegt naar het bos.
De kinderen zitten in de trein.
De juf tekent een huis.